Wanneer de InterStim-neurostimulator van Medtronic is geïmplanteerd en u voldoende bent hersteld van de operatie, kunt u uw normale activiteiten hervatten. Mensen met een InterStim-neurostimulator van Medtronic kunnen dingen doen die ze daarvoor niet meer deden, zoals uit eten gaan, lange wandelingen maken, naar de bioscoop of op reis gaan.
Het patiënten-programmeerapparaat
Na de implantatie kunt u in het begin nog wat ongemak en pijn hebben. Snel daarna zult u echter uw normale bezigheden weer kunnen oppakken en ten volle kunnen genieten van een leven zonder blaas of darmproblemen. Het is van belang dat u wel de status van uw neurostimulator en uw symptomen in het oog houdt en contact met de arts opneemt wanneer u vragen hebt of bezorgd bent.
Na de ingreep krijgt u een patiëntenprogrammeerapparaat (afstandsbediening) en een identificatiekaart. U zult het patiëntenprogrammeerapparaat waarschijnlijk niet vaak nodig hebben, maar u kunt er desgewenst het stimulatieniveau mee aanpassen en uw InterStim-neurostimulator mee aan- en uitzetten.
Het is een goed idee om uw InterStim-identificatiekaart permanent bij u te dragen, zodat u deze altijd aan het medisch personeel kunt laten zien wanneer u een behandeling of onderzoek moet ondergaan. Voor de meeste procedures en apparatuur geldt dat deze geen invloed hebben op uw neurostimulator, en omgekeerd. Sommige apparaten vereisen echter wel de nodige voorzichtigheid. Het gaat daarbij vooral om MRI-scanners en therapeutische diathermieapparatuur.
Laat beveiligingspersoneel op luchthavens tijdig weten dat u een neurostimulator hebt. (Metaal)detectiepoorten op luchthavens kunnen een alarm afgeven. Diefstaldetectoren met sterke magnetische velden (zoals bijvoorbeeld in winkels) kunnen de neurostimulator in- of uitschakelen. Als dat onverhoopt gebeurt, hoeft u zich geen zorgen te maken. Uw stimulatie-instellingen worden niet gewijzigd. U zet de neurostimulator gewoon weer aan met uw patiëntenprogrammeerapparaat. Als u dit eerder hebt ervaren, kunt u de neurostimulator ook van tevoren uitzetten en vervolgens na het passeren weer aanzetten.
Na verloop van jaren zal de batterij van de neurostimulator langzaam leegraken, waardoor ook de elektrische stimulatie verandert en minder effectief wordt. Uw symptomen kunnen dan weer terugkeren. Dat is normaal en geen reden tot bezorgdheid. Zodra u veranderingen in uw stimulatie opmerkt (meer of minder krachtig, of wisselend), moet u contact opnemen met uw arts. De arts controleert de batterij. Als deze bijna leeg is, moet de neurostimulator worden vervangen. Het patiënten-programmeerapparaat waarschuwt u ook wanneer de batterij van de neurostimulator bijna leeg is.
U dient de informatie op deze site niet als vervangend medisch advies te beschouwen. Indien u twijfels hebt over uw gezondheid of een gezondheidsadvies nodig hebt, dient u contact op te nemen met uw arts of professioneel zorgverlener.