Het inbrengen van een stent is, net als angioplastiek, een minimaal-invasief alternatief voor een coronaire-bypassoperatie (CABG). Bij deze ingreep is het risico dat er complicaties optreden lager dan bij een coronaire-bypassoperatie. Patiënten kunnen doorgaans de volgende dag het ziekenhuis al verlaten – een veel kortere hersteltijd dan na een coronaire-bypassoperatie. Als mensen een stent hebben gekregen, kunnen zij vaak snel hun normale activiteiten hervatten. Bovendien hoeven patiënten bij de plaatsing van een stent:
Hoewel ernstige complicaties zelden voorkomen, gelden bij de plaatsing van een stent dezelfde risico's als bij alleen een angioplastiekprocedure voor de behandeling van kransslagaderaandoeningen. De inbrengplaats van de katheter kan geïnfecteerd raken of hevig bloeden en zal zeer waarschijnlijk wat dikker, pijnlijk en blauw zijn. Andere zeldzame complicaties zijn onder andere hartaanval, beroerte en plotselinge hartdood, hoewel deze veel minder vaak voorkomen dan bij een coronaire-bypassoperatie.
Zelfs na de plaatsing van een stent is het mogelijk dat er opnieuw een vernauwing van de kransslagader optreedt. Bij 15% tot 30% van de patiënten met een blankmetalen (bare-metal) stent treedt een hernieuwde vernauwing (restenose) op (dit is afhankelijk van de stent). Dit percentage is veel lager bij patiënten met een geneesmiddelafgevende (drug-eluting) stent. Als restenose optreedt, moet bij deze patiënten opnieuw een ballon-angioplastiek, stentprocedure of bypassoperatie worden uitgevoerd.
Hoewel het bewezen is dat het plaatsen van stents een veilige en effectieve behandelmethode is, kan het gebruik van stents, bij uitzondering, leiden tot iets wat stenttrombose wordt genoemd. Stenttrombose is een bloedstolsel dat optreedt na de implantatie van een stent. Bij een klein deel van de patiënten met een stent worden bloedcellen kleverig en plakken zij aan elkaar om zo een kleine massa – of stolsel – te vormen. Wanneer een bloedstolsel wordt gevormd, kan deze de vrije bloedstroom door een slagader blokkeren en een hartaanval of zelfs overlijden tot gevolg hebben. Stenttrombose kan plaatsvinden bij patiënten met blankmetalen en geneesmiddelafgevende stents. Wetenschappers onderzoeken momenteel of er een verhoogd risico is op stenttrombose bij bepaalde geneesmiddelafgevende stents.
Het is heel belangrijk dat u de aanbeveling van uw arts opvolgt wat betreft het innemen van antistollingsmedicatie, ook bekend als tweevoudige antibloedplaatjestherapie (aspirine met clopidogrel of ticlopidine). U mag niet stoppen met het innemen van deze geneesmiddelen totdat uw cardioloog zegt dat dit toegestaan is.
U dient de informatie op deze site niet als vervangend medisch advies te beschouwen. Indien u twijfels hebt over uw gezondheid of een gezondheidsadvies nodig hebt, dient u contact op te nemen met uw arts of professioneel zorgverlener.