Therapiemogelijkheden voor mensen met diabetes
Tegenwoordig zijn verschillende behandelmethoden beschikbaar om diabetes onder controle te houden. Welke behandeling de meest aangewezen is, hangt af van het type diabetes, het stadium van de ziekte, het behandelteam en de patiënt:
Voor mensen met type 2 diabetes die geen insuline hoeven te injecteren, bestaat de behandeling doorgaans uit een combinatie van:
- een dieet en voldoende lichaamsbeweging
- Zelfcontrole en zelfregulatie van de glucosespiegels en orale medicatie
Voor mensen met type 1 diabetes en mensen met type 2 diabetes die insuline
moeten toedienen, bestaat de behandeling doorgaans uit het injecteren van insuline
en is controle van de bloedglucosespiegels noodzakelijk. De moeilijkheid bij
het behandelen van de ziekte bestaat erin dat er continu gestreefd dient te
worden naar een evenwicht tussen de hoeveelheid toegediende insuline, de hoeveelheid
ingenomen voedsel en het bewegingspatroon. Omdat ieder mens anders is, en bovendien
elke dag anders is, wordt de behandeling vaak als complex ervaren. De behandeling
bestaat uit de volgende
drie onderdelen:
Controle van de bloedglucosespiegel
Om de dosis van de toegediende insuline zo goed mogelijk af te kunnen stemmen op de hoeveelheid koolhydraten die via het voedsel genuttigd worden is het in de praktijk noodzakelijk om de bloedglucosespiegel zeer regelmatig zelf te bepalen.
- Zelfcontrole
en zelfregulatie
Om de bloedglucosespiegel goed in evenwicht te houden, controleren de meeste mensen met diabetes hun bloedglucosegehalte met behulp van een eenvoudige bloedglucosemeter. De patiënt prikt daartoe meestal in een vinger en brengt wat bloed aan op een teststrip, die vervolgens in de meter gestopt wordt. Na een analyse van enkele seconden wordt de uitslag van de test op de display van de meter zichtbaar. Patiënten die hun spiegel intensief controleren, zullen zich vier keer per dag en soms zelfs meer in de vinger moeten prikken. Indien het glucosegehalte niet binnen de streefwaarden ligt, dan dient de patiënt hierop actie te ondernemen om zo vlug mogelijk weer binnen die streefwaarden te vallen. Dit noemt men zelfregulatie.
- Systeem voor continue glucosemeting (Continuous
Glucose Monitoring System - CGMS™)
Als de bloedglucosespiegel met een druppel bloed uit de vingertoppen wordt gemeten, levert dit niet altijd voldoende informatie op om te weten wanneer, hoe snel en in welke mate het glucosegehalte verandert. Aan de hand van het CGMS-systeem krijgen zowel patiënten als behandelteam inzicht in de schommelingen van het glucosegehalte van de patiënt in de periode tussen de vingerprikken door. Hierdoor wordt het beeld veel completer. Deze informatie maakt door het verkrijgen van meer inzicht, de behandeling eenvoudiger en succesvoller. Het CGMS-systeem is eerder bedoeld voor incidenteel dan voor dagelijks gebruik; het dient samen met de standaardglucosemeting gebruikt te worden.
Het CGMS-systeem bestaat uit twee hoofdcomponenten: een externe glucosesensor en een monitor. De sensor wordt in het onderhuidse weefsel aangebracht, meestal in de buikstreek. Deze sensor wordt gemiddeld tussen de 24 en 72 uur gedragen, en hij stuurt om de 10 seconden elektronische signalen naar de monitor. Deze registreert om de 5 minuten het gemiddelde van de meetwaarden en slaat additionele gegevens op die de patiënt handmatig kan ingeven, zoals glucosemetingen via vingerprikken en bepaalde gebeurtenissen. Al deze gegevens worden vervolgens door het behandelteam van de monitor gedownload naar een computer. Na analyse van de gegevens over deze periode door het behandelteam kan de behandeling eventueel hierop worden aangepast.
Dieet
De bloedglucosespiegel kan daarnaast door middel van gezonde voeding binnen de streefwaarden worden gehouden. Afhankelijk van het moment van de dag kunnen verschillende niveaus als streefwaarden worden afgesproken, en worden de toegediende insulinedoses en het genuttigde voedsel beter op elkaar afgestemd. Het algemene doel van dit dieet is de bloedglucosespiegel zo goed mogelijk bij de normaalwaarden te houden.
Toediening van insuline
“Leid uw eigen leven met diabetes, voordat uw leven gaat lijden
onder diabetes.”
Een hoog en ongecontroleerd glucosegehalte in het bloed kan tot verschillende
complicaties leiden. Gezondheidsproblemen door een slechte behandeling van
diabetes zijn daardoor de belangrijkste oorzaak van het terminale stadium van
nierinsufficiëntie en blindheid. Een toonaangevend onderzoek over dit
onderwerp, the Diabetes Control and Complications Trial (DCCT) werd afgesloten
in 1993 en concludeerde het volgende: 'Wie zijn hele leven een intensieve insulinetherapie
volgt, beperkt op lange termijn mogelijke gezondheidscomplicaties, verbetert
zijn levenskwaliteit en kan langer leven'.
Multipele Dagelijkse Injecties (MDI)
Uit onderzoek blijkt dat een aantal patiënten er met veelvuldige dagelijkse
injecties (MDI) in slagen de bloedglucosespiegel afdoende onder controle te
houden als ze de moeite nemen de therapie nauwgezet te volgen. Voor de meeste
van deze patiënten betekent dit dat ze zichzelf meerdere insuline-injecties
per dag moeten toedienen, vaak 4 of 5 per dag, en dat ze hun bloedglucosespiegel
zeer nauwkeurig in het oog moeten houden.
Continue Subcutane Insuline-Infusie (CSII)
Insulinepompen voor continue, onderhuidse insuline-infusie zijn een uitstekend
hulpmiddel voor de patiënt om zijn bloedglucosespiegel beter onder controle
kan houden. Ze zijn geschikt voor iedere mens met diabetes.
Het is gebleken dat insulinepompen een betere
regulering van de bloedglucosespiegel en een betere kwaliteit van leven mogelijk
maken in vergelijking met MDI. Een insulinepomp zorgt voor een onafgebroken
toediening van kleine hoeveelheden kortwerkende insuline, ook wanneer de
patiënt slaapt, zodat de werking
van de alvleesklier beter wordt nagebootst. Bovendien geeft hij alleen kortwerkende
insuline af, waarvan de betrouwbaarheid zeer hoog is in vergelijking met de
langwerkende insuline die bij MDI in de avond wordt geïnjecteerd en waarvan
de werking zeer onbetrouwbaar is. Dit is een belangrijk voordeel, omdat het
bekend is dat een slechte regulatie van de bloedglucosespiegel op lange termijn
tot complicaties kan leiden, zoals blindheid, nierinsufficiëntie, zenuwbeschadigingen,
amputatie of een hartziekte. Voor
meer informatie over insulinepompen, hier klikken.
Meer dan 70 samenvattingen en artikelen over het
gebruik van en de ervaringen met het CGMS-systeem zijn gepubliceerd sinds
het product in 1999 werd geïntroduceerd.
De succesvolle resultaten van een vooronderzoek werden in december 1999 gepubliceerd
in Diabetes Research and Clinical Practice; uit deze resultaten bleek dat de
concentratie van "versuikerde" hemoglobine (HbA1c) bij patiënten
met gemiddeld meer dan 1% afnam nadat zij het CGMS-systeem slechts vijf weken
hadden gebruikt (Bode BW, Gross TM, Thornton KR, Mastrototaro JJ. Continuous
glucose monitoring used to adjust diabetes therapy improves glycosylated hemoglobin:
a pilot study. Diabetes Research and Clinical Practice 1999;46:183-190). De
belangrijkste onderzoeker bij het vooronderzoek merkte op dat de concentraties
van HbA1c nooit eerder zo snel werden verlaagd, en dat aanpassingen van de
behandeling die in deze verlaging resulteerden, niet zouden zijn gedaan op
basis van tussentijdse informatie die via conventionele glucosemetingen zou
zijn verkregen. Bovendien bleek uit een 10 weken durend vervolgonderzoek dat
de concentraties van HbA1c even laag bleven of verder daalden zonder verder
ingrijpen door het behandelteam, waarmee deze resultaten nog eens werden bekrachtigd.
